INTRODUCTIE



Akwaaba, welkom op deze site!

In april 2008 gaan wij, Eveline Bontje en Frikke van Eck, als vrijwilliger werken in Ghana. We zullen ongeveer een jaar lang verblijven in het dorp Agogo. Als je op het kaartje hieronder klikt zie je waar dat precies ligt.
We gaan aan de slag bij de ontwikkelingsorganisatie World Vision en in het plaatselijke ziekenhuis. Eveline als antropolo-ge en Frikke als arts.

Dit weblog is er om vrienden en andere geïnteresseerden op de hoogte te houden. Daarnaast biedt het bedrijven en andere sponsors een platform voor advertenties. Zo kunnen zij hun bedrijfsnaam aan een maatschap-pelijk verantwoord initiatief verbinden en wordt ons werk financieel gesteund.




Wij beschouwen dit project als een kans voor ons om van de Ghanese bevolking te leren en om een positieve bijdrage te leveren aan het welzijn van de mensen in Agogo.

Veel leesplezier, medase!




GHANA

Ten westen van de ‘oksel van moeder Afrika’, aan de kust van de Golf van Guinea, ligt Ghana. Met zijn twintig miljoen inwoners en een oppervlakte waar Nederland met gemak zes keer in zou passen, behoort het tot een van de kleinere Afrikaanse landen...

Lees verder over Ghana


AGOGO

Agogo, het stadje waar wij zullen gaan wonen, heeft ongeveer 28.000 inwoners. Het ligt in centraal Ghana, in het Asante Akim North district. Kumasi, de tweede stad van Ghana ligt...

Lees verder over Agogo
HIV/AIDS IN GHANA

In Ghana is de AIDS epidemie (nog) niet zo heftig als in andere Afrikaanse landen. Momenteel is bijna drie procent van de bevolking besmet met HIV/AIDS. In Nederland is dat bijvoorbeeld 0,2 procent...

Lees verder over HIV/AIDS in Ghana

WORLD VISION

De van oorsprong Amerikaanse, christelijke organisatie World Vision werd in 1953 opgericht en is inmiddels in bijna honderd landen actief...

Lees verder over World Vision


PRESBYTERIAN HOSPITAL

Een van Ghana’s drie non-profit, presbyteriaanse ziekenhuizen is gelokaliseerd in Agogo. Het is het oudste missie hospitaal van het land, gesticht door Zwitserse en Duitse zendelingen in 1931...

Lees verder over het Presbyterian Hospital


NIEUWSBRIEF APRIL

Let's go Agogo!

En daar stonden we dan. Bij de ingang van het Presbyterian Hospital in Agogo, ons thuis voor het komende jaar. Zwaar beladen met onze rugzakken, koffers en muziekinstrumenten keken we elkaar glimlachend aan. Het voelde vreemd vertrouwd aan.
Vertrouwd, omdat er niet veel was veranderd in de zes maanden die verstreken waren na ons eerste bezoek hier. De bewaker bij de poort herkende ons nog (of verwarde ons met een andere obroni (blanke)) en de hoofdweg op het ziekenhuis terrein wordt nog steeds omgeven door prachtige torenhoge palmbomen.
Vreemd, omdat we hier nu gaan wonen en werken. Echt aan de slag dus.


Allereerst hebben we ons gemeld bij meneer Mensah, de directeur. Na een warm welkom kregen we de trieste mededeling dat het ons beloofde huis niet beschikbaar was. Voorlopig zitten we in een kamer in de studentenflat (zie vooral ook onze april column op de website voor dit prachtig Afrikaans getinte verhaal). Daar zijn we begonnen met inburgeren. Onze Ghanese huisgenoten laten zien hoe je hier eerst de kiezels uit de rijst wast, alvorens deze te koken en dat je avondeten het beste smaakt als de televisie ondertussen met groot volume de meest duffe soapseries over je heen schelt. Onze basiskennis van het Twi, de lokaal gesproken traditionele taal, breidt zich uit met termen als ‘heet water’, ‘uien’ en ‘coca cola’. Volgende week gaan we ons Twi vakjargon uitbreiden tijdens een week taalcursus aangeboden door het ziekenhuis. De taal & cultuur school in een naburig dorp wordt opmerkelijk genoeg gerund door een stel Hollanders, namelijk de ouders van een collega van Frikke uit het Flevoziekenhuis. Hopelijk krijgen we ook een paar stroopwafels bij de fufu.

Eef op het werk
Op de ochtend van mijn eerste werkdag voelde ik me nogal onwennig. “Wat ga ik vandaag nou precies doen?”, vroeg ik mezelf af. De dag ervoor had ik meerdere malen gepoogd de coördinator van het HIV/AIDS programma te spreken, maar deze schoof de afspraak telkens naar een andere tijdstip. De coördinator, meneer Kingsley draait namelijk de hele dag poli en het aantal patiënten wat hij op een dag moet behandelen is enorm. Druk, druk dus. De volgende ochtend vroeg wist ik Kingsley te strikken voordat de poli begon. Hij liet me de ruimte zien waar patiënten komen voor de HIV tests en hun eventuele behandeling. Het is een donker kamertje met een bureau vol met stapels papier, patiëntendossiers en een grote lege kast. Er hangt een campagneposter aan de muur met een foto van twee mannen. Bij de eerste vrolijk kijkende man staat ‘Deze man is advocaat, houdt van reggae en is HIV positief’. De tweede man kijkt eveneens goedlachs voor zich uit en wordt omschreven met ‘Deze man is leraar, eet graag fufu en is HIV negatief’. Ondanks dergelijke overheidscampagnes om de stigmatisering van HIV/AIDS patiënten aan te pakken, worden veel seropositieve vrouwen door de gemeenschap als prostituees aangemerkt en de mannen als rokkenjagers. Op het bureau prijkt een gloednieuwe computer, maar niemand van het HIV/AIDS team weet er mee om te gaan.

Wie er overigens precies bij dat HIV/AIDS team horen is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Ik loop inmiddels iedere dag mee met Ebenezer, een verpleegkundige die op verschillende afdelingen in het ziekenhuis mensen test op HIV. Als HIV/AIDS counselor bereidt hij mensen voor op de test, voert deze uit en bespreekt de uiteindelijke uitslag met de patiënt. De meeste testen zijn negatief, wat hem een welgemeend “congratulations!” ontlokt. Bij een HIV positieve test wordt er nog een tweede gedaan, dit maal mbv speeksel ipv bloed. Bevestigt deze de eerste test, dan volgt er een slecht nieuws gesprek.
Over het algemeen reageren mensen erg gelaten op het nieuws. Ebenezer legt de mensen uit wat het betekent om seropositief te zijn en wat de consequenties voor de toekomst zijn. Het virus tast het immuunsysteem aan, waardoor het lichaam zich steeds slechter kan verdedigen tegen bacteriën, virussen en andere ziekteverwerkers. Mensen met HIV krijgen dan ook veelal te maken met tuberculose, longontsteking en SOA’s. Ze kunnen echter jarenlang zonder enige ziekteverschijnselen leven, zeker als er op tijd met anti retrovirale therapie (ART) wordt begonnen. Sinds januari van dit jaar verstrekt de Ghanese overheid deze medicatie gratis. Dit betekent een gigantische sprong vooruit in de prognose. Iedereen die positief getest is, wordt doorverwezen naar het laboratorium voor een uitgebreid onderzoek naar de staat van het immuunsysteem en naar de wekelijkse HIV/AIDS poli om een arts te zien. Maar daarover meer in de volgende nieuwsbrief.

Al met al is het nog behoorlijk de kat uit de bananenboom kijken. Wie doet nou wat, waar en wanneer? Ik vind het soms best lastig dat ik nog niet echt ‘iets’ kan doen. Na een hele dag meelopen, observeren en indrukken opdoen voel ik me moe, maar niet echt voldaan. Tegelijkertijd besef ik dat ik het gewoon de tijd moet geven. Het HIV/AIDS programma is niet zo gestructureerd als het op papier lijkt en het zal even duren voordat het ongestructureerde structuur voor mij zal worden. Inmiddels begin ik wel wat meer ‘gaten’ te zien, ofwel activiteiten die ik zou kunnen gaan ontplooien. Het is al weer eeuwen geleden dat er iets aan HIV/AIDS voorlichting op scholen is gedaan. Daarnaast ben ik gebombardeerd tot computerexpert. Aanvankelijk voelde ik me er ongemakkelijk bij (wat weet ik nou van computers?), maar inderdaad, ik ben hier een heuse whizzkid. Vandaag aan Ebenezer het verschil uitgelegd tussen email en een website. Op zijn verzoek gaan we de patiënten ook op de computer registeren. Morgen maar eens een beginnetje maken….

Ondertussen vul ik de rest van mijn dag met bloeddruk metingen en muurschilderingen maken op de kinderafdeling. Ook ben ik een ochtend mee geweest met mensen van de Primary Health Care Unit, die zeer afgelegen dorpjes bezoeken om basale gezondheidszorg te leveren en kinderen te wegen en te vaccineren. Drie uur rammelen in een jeep werd beloond met een sappige papaya met de dorps-chief.





Dr. Frik op het werk
Ik voel me eigenlijk weer een beetje co-assistent zo de eerste weken. Het is vooral veel meekijken hoe alles werkt en mijn hoofd volproppen met kennis over allerlei wormen (wie weet het verschil (nog) tussen filariasis, onchocerciasis, schistozomiasis en C. Elegans?). Ook hoor ik dr. Philipp-de-Duitse-legerarts graag uit. Hij is al een tijdje bezig met de Germaanse tropenopleiding en heeft reeds flinke internistische en wormenistische kennis opgedaan. Daarnaast zit hij vol nuttige tips, omdat hij met een zelfde Noord-Europese invalshoek als ik opgescheept zit. Ik moet zeggen dat hij er nog steeds relaxt uit ziet na bijna een jaar werken hier, dus dat geeft de burgerman moed. Er zijn wel een aantal dingen waar hij gefrustreerd van geraakt is (met name de voor ons chaotisch aandoende organisatie en bepaalde ideeën over het nakomen van afspraken), maar dat zullen Ghanezen die in Nederland gaan wonen ook wel hebben.

Mijn Afrikaanse collega’s komen kundig over met een gedegen basiskennis (uitgebreider dan die van mij) en zijn behoorlijk all-round. Dat moet ook wel, want als ze in een districtsziekenhuis komen te werken staan ze er vaak alleen voor. De mogelijkheden hier zijn nu eenmaal beperkt en dan heb ik het nog erg goed getroffen in Agogo. Er is een algemene afdeling, een chirurgische, een kinderafdeling, een obstetrische (voor de zwangeren), en een –jawel!- Eerste Hulp. De eerste dag kon ik daar meteen mijn waarde bewijzen door een reanimatie te leiden. Wat nog niet mee valt als je collega’s eerst van een andere afdeling een beademingsballon en wat adrenaline moeten gaan halen… Ook op de OK kon ik gelijk aan de slag met een stervende, nadat ik enkele ogenblikken met gekromde tenen de lokale reanimatietechnieken had gadegeslagen. Ze krijgen hierin dan ook weinig tot geen praktisch onderwijs; misschien dat ik daar later nog nuttig in kan blijken. Tot slot is er is zowaar ook een Intensive Care Unit, maar volgens Philipp zijn je patiënten een stuk veiliger op je eigen afdeling.

Ik heb het nu zo geregeld dat ik woensdag en vrijdag op de OK assisteer en de rest van de week met algemene dingen meeloop. Dat houdt in huisartsen/interne/tropenpoli doen (waarbij ik mijn eigen patiënten begin te zien), echo’s van de buik leren maken, HIV spreekuur houden en met sexy mondkap het TB-gebouw bestormen. Daar worden de mensen met open tuberculose voor minimaal twee maanden ‘opgesloten’ voor behandeling. Dit wordt in de praktijk niet zo heel streng nageleefd, want ik kom regelmatig vrolijk zwaaiende en uitbundig rochelende TB’ers tegen op allerlei andere plekken.

Al met al zijn het vermoeiende dagen, maar ik heb het erg naar mijn zin.

Saampies thuis
Hard werken maakt hongerig. Even naar de Appie en een Allerhande maaltijd koken is er niet bij. In Agogo zijn allerlei kleine winkeltjes met wat basale levensmiddelen. Gelukkig verkopen ze allemaal precies hetzelfde, dus je hoeft nergens over te dubben. Onze keuze vrijheden worden iets vergroot op de wekelijkse markt, waar wat verse groentes te vinden zijn. Met een uurtje shoppen ben je dan drie zachte wortels, een giga aardappel en een kilo bananen rijker. Wonderbaarlijk genoeg hebben we de afgelopen weken toch elke avond een ander potje kunnen koken. De zelfgemaakte pindakaas leent zich uitstekend als basis voor satésaus…Van de week hebben we ons uitgeleefd in een heuse ‘super’markt in Kumasi. Een grote stad hier dik twee uur vandaan. Ofwel even vanuit Utrecht naar Groningen op en neer om ons te verlekkeren aan vloeibare melk, jam en Lachende Koe Kaas.



Ons bezoekadres (postduiven mogen ook):

Dr. Frikke en Eveline
Agogo Presbyterian Hospital
PO Box 27
Agogo Ashanti/Akim
Ghana

Fotolegenda:
van boven naar beneden
* Eef in onze riante woning
* Dorpsplein van Afrisere, bezocht met PHC Unit
* Kindje in boomweegschaal
* Dr. Philipp en verpleegkundige op de TB afdeling
* Longfoto TB patiënt
* Frik & Eef aan zee

Terug naar boven

MIJN VADER HEEFT TWEE PIEMELS


Midden in de bergen, op het hoogst bewoonbare punt van Ghana, ligt onze Twi-school. Het is een heel on-Ghanese plek: ‘tis er koud, het lokale voedsel is voor een buitenlander verteerbaar en het heeft de architectuur van een Zwitsers Alpendorp. Hier gaan we de meeste gesproken taal in Ghana, het Twi, onder de knie krijgen. Het begint gezellig. Teacher Yaw blijkt de broer van Eveline te zijn! Ze zijn immers beide op donderdag geboren. Eveline luistert voortaan naar de naam Yaa en Frikke krijgt de vrijdagse naam Kofi. Weten we ook weer wanneer dhr. Annan geboren is.


Het Twi is gelukkig geen ingewikkelde taal. De grammatica kent geen gesubjonctiveerde imperatief, geen werkwoordsvervoegingen en geen onderscheid in geslacht. Dit laatste heeft de bizarre consequentie dat mannen in het Engels gerust met ‘she’ worden aangeduid en vice versa. “He is pregnant” is de normaalste zaak van de wereld. De verloskundige probeerde er zich nog uit te redden door te zeggen dat ze de ‘s’ niet zo goed kan uitspreken…
In plaats van hersenbrekende grammatica gaat het in het Twi fout met de bekbrekende uitspraak. Met perverse gevolgen. Wil je zeggen dat je op dokter Philip wacht, blijk je zojuist verkondigd te hebben dat je de vagina van dokter Philip bent. Altijd goed voor een oorverdovend lachsalvo. Ook teacher Yaw kreeg zowat een beroerte toen Yaa probeerde te zeggen dat haar vader twee broers heeft… Zo heb je wel in één keer een smeuïge titel voor je column te pakken.

In de uitspraak gaat het zoals gewoonlijk om kleine nuances; zeg je “Ik eet akosua” in plaats van “Ik eet kosua”, dan beken je dat je een op woensdag geboren vrouw gegeten hebt en niet een lekker eitje. Erger nog, het eten van een vrouw staat gelijk aan een potje rollenbollen. Eten blijkt de linguistische hobby van de Ghanezen te zijn. Ze hebben dan ook veel trek. Er is ‘bierhonger’, ‘bidhonger’ en ‘tafeltennishonger’. Naast het eten van vrouwen, dienen ook vakanties en spelletjes gegeten te worden. Sigaretten worden echter gedronken. Net als water trouwens. Het water kan ook vallen (het regent) en Kofi kan water gieten (Kofi plast). Een vis is nsuonam (letterlijk ‘vlees in het water’). Met ons waterhoofd dachten wij melk te kunnen benoemen als ‘water van de koe’ (nantwi nsuo), maar dat heet dan weer gewoon ‘milk’.

Het enthousiasme waarmee Ghanezen reageren als je drie woorden Twi spreekt werkt erg motiverend. De schoonmaakster beoordeelt ons gestuntel al met ‘vloeiend als een echte Ghanees’. En Yaa’s baas leerde haar geheel in het Twi geschreven smsje uit zijn hoofd en citeert er lustig op los. Mensen liggen vaak in een deuk als je iets zegt en onze uitspraken blijven ons dagenlang achtervolgen. Omstanders worden erbij gehaald om het mirakel te aanschouwen. Na het alom tegenwoordige stopwoord “Yooooooooooo!”, wordt er blij uitgeroepen: “Die blanke spreekt Twi!”. Stel je dat enthousiasme eens voor in Nederland als een Ghanees ‘goeiemorgen’ zegt.


De lokale taal is een goed hulpmiddel om inzicht te krijgen in het traditionele referentiekader. De kip (akoko) staat bijvoorbeeld centraal in de kleuraanduidingen. Geel is akokosradee (kippenvet) en bruin is akokobin (kippestront). Goud wordt aangeduid met sika kokoo, ofwel het geld van de rode (verbrande blanke) mensen. De sekse verhoudingen liggen ook in de taal vastgelegd. Yaa kan niet zeggen: “Ik ben met Kofi getrouwd”. De man is met de vrouw getrouwd en niet andersom.
In het dagelijks leven blijken bananen (kwadu) onmisbaar. Het bekende gezegde luidt immers ‘Konkonsani na odwan we ne boodee’, oftewel ‘Zij die roddelen zijn hun bananen niet veilig (vanwege de schapen)’. Maar een banaan is geen banaan. Je hebt bakbanen, bananen voor uit het vuistje, bananen om te frituren en om in de fufu te prakken. En daar zijn natuurlijk allemaal verschillende woorden voor nodig, die ook nog even de rijpheid van de betreffende banaan vermelden. Zelfs de Ghanese Willie Wortel heet Kwame Kwadu.

Ondanks het feit dat Ghanezen niet zomaar over hun emoties praten hebben ze er wel fraaie omschrijvingen voor. Als je een droge ziel hebt ben je verdrietig, als je ogen sterven ben je beschaamd en met een harige borst ben je vreselijk boos. Sindsdien knoopt Kofi z’n bloesjes netjes dicht. Wat het hebben van twee piemels met je gemoed doet, hebben we nog niet aan Yaa’s vader durven vragen.





Fotolegenda:
Van boven naar beneden

* Teacher Yaw in actie
* Yaa met haar kippenstront broek
* Kofi oefent de befaamde Ghanese Glimlach

Terug naar boven

NIET DE ARK VAN NOACH


Licht, stromend water en een draadloos internet netwerk. Wat wil een vrijwilliger in Ghana nog meer? Een dak erboven wellicht. Het water en het dak zijn gelukt, de elektriciteit en het internet hebben zo hun eigen voorwaarden. Het dak eigenlijk ook...
’s Avonds kunnen we de knusse tl-lamp in onze kamer alleen gebruiken als we hem aandoen vóórdat de rest van Agogo het licht aandoet. Anders is de stroom al ‘op’ en kun je het de rest van de avond vergeten. Douchen in het donker heeft echter zijn charmes. Met behulp van een beetje maanlicht zie ik vanuit het badkamerraampje bomen vol mango’s en wat rondscharrelende geitjes. En die ene vervloekte haan die al begint te kraaien als Klaas V. nog maar net is langs geweest.
Op de compound heeft het ziekenhuis een draadloos netwerk waar we gebruik van kunnen maken. Ideaal. Tenminste, als er geen onweerstorm in de lucht hangt en het signaal onze woning weet te vinden. Deze laat zich sowieso niet zo makkelijk traceren. Ook wij waren het spoor al meteen bijster. In tegenstelling tot eerdere beloftes van mister Mensah, de ziekenhuismanager, wonen we nu namelijk met z’n tweeën in een claustrofobisch studentenkamertje en níet in die riante artsenbungalow. Maar… no problem!, volgens de directeur. Directies in Ghana doen niet aan problemen.
Er blijkt zich onverwachts een specialist bij het team gevoegd te hebben die de euvele moed had om ‘ons’ huis te kraken. No problem dus. Een van de andere tropentoko’s is níet meer bewoond, maar evenmin beschikbaar. De bijbehorende arts is in oktober naar de hoofdstad vertrokken, maar heeft zijn meubels en andere huisraad voor het gemak laten staan. Dit gemak duurt nu al zeven maanden. Maar! Zodra de beste man zijn spullen weggehaald heeft, zal het huis geheel opgeknapt worden en is er gelukkig weer een mooie plek vrij.
Dáár zal het hoofd van de chirurgische staf volop van gaan genieten. Samen met zijn familie van formaat, inclusief zestien jaar aan gehamsterde huisraad, zal hij een zware verhuis ‘operatie’ op dit huis uitvoeren. Nadat deze exodus heeft plaats gevonden, zullen klusmannetjes zijn uitgewoonde nest voor ons oplappen (ajetoh!) en trekken wij de verhuissandalen aan.
Al met al zal het hele proces binnen één maand afgerond zijn, zo verzekerde Mensah ons. Misschien kan iemand ons voor de zekerheid opgeven voor een SBS6 home make over show om het proces te bespoedigen?

Tot die tijd hebben we het overigens prima naar ons zin in de studentenflat. We delen de keuken met twee vrolijke, Ghanese co-assistenten en een hoogbejaarde, norse Duitser. Deze licht autistische ‘Boze Buurman’, heeft reeds twee schattige vrijwilligers het huis uitgejaagd, maar een beetje Hollandsche directheid doet wonderen. Wünderbar!
Zij zijn niet ons enige gezelschap trouwens. Diverse tropische bezoekers, veelal zwart, meerpotig en klein van formaat, blijken een voorkeur voor ons bed te hebben. Met de getergde uitroep “Dit is niet de Ark van Noach!!” veegt Frikke elke avond alle mieren, kakkerlakken, sprinkhanen, spinnetjes en muggen ons bed uit.
Een paar nachten geleden bleek de zondvloed tóch gearriveerd. Tijdens een apocalyptische onweersbui verzamelde onze kamer in korte tijd een enorme hoeveelheid water. De Ark kraakte, zuchtte, kwam los van de vloer en dreef op het schuimende regenwater door het open raam naar buiten. Pas na enige tijd schrokken Frikke en ik wakker van aanzwellend trompetgeschal. Op dat moment verhief zich tot onze grote verbazing het bed en voerde ons onder luid engelengezang ten hemel. Inclusief een mannelijk en vrouwelijk exemplaar van alle bekende en onbekende Afrikaanse insectensoorten. Je vergeet altijd je muggenspray op dat soort momenten. Gelukkig slikken we wel elke week netjes onze Lariam.

Best sterk spul.


Terug naar boven

SPONSORLOOP 16-01-'08

Op woensdag 16 januari was het zover: de tien kilometer sponsor-loop voor Afrika ging van start. Een grote groep sportievelingen had zich verzameld om deze afstand op zijn of haar eigen tempo af te leggen. Het parcours was door Tine Duijf uitgestippeld en leidde ons door een natuurgebied, gelegen tegen de stad Almere. De weergoden waren ons gunstig gezind, want we konden ons verheugen over de enige zonnige ochtend van die hele week.



Grote winnaar was Saskia, die met haar bovenmenselijke snelheid en lange, gespierde benen de afstand in 52 minuten als snelste wist af te leggen. Zij kreeg hiervoor een ereplaats tussen de andere grote atleten der aarde en een appetijtelijke zuurstok om haar energie levels weer een beetje aan te vullen.
Gelukkig kregen ook de andere lopers hier de kans toe dankzij de inspanningen van Huize Duijf en de plaatselijke bakker.


Op dit moment hebben al veel mensen gesponsord, we gaan reeds richting de €1000,- grens!





Iedereen enorm bedankt voor de inzet en de donaties!



Terug naar boven

DIT IS FRIKKE

Wonen in het buitenland heeft me altijd getrokken. Alhoewel je als toerist ook veel kan opsteken van het land waarin je reist, leer je toch het meeste van de lokale mensen, cultuur en taal wanneer je echt een tijdje meedraait op een plek. Vanaf het begin van mijn studie geneeskunde heb ik dan ook zoveel mogelijk tijd doorgebracht in andere landen door middel van stages en reizen. Ik heb het geluk dat mijn professie zeer universeel is en direct bijdraagt aan het welzijn van lokale bewoners. Een wond blijft een wond, of ze nu door een kaasschaaf, vijzel of kapmes wordt veroorzaakt. Natuurlijk bestaan er tussen de diverse culturen wel verschillen in de manier waarop men omgaat met zaken als pijn, ziekte en dood. Dit maakt voor mij het behandelproces alleen maar interessanter.

Na het behalen van mijn bul in 2003 heb ik als arts gewerkt op verschillende afdelingen in het ziekenhuis. Mijn plan is om in 2009 de specialisatie tot Tropenarts te gaan volgen. Voor die tijd kan ik in Ghana ervaren of het werk in de tropen écht iets voor me is. Bovendien vind ik het belangrijk om tropische ziekten in de werkelijkheid gezien te hebben voordat ik er alleen uit een boek over leer. In het ziekenhuis in Agogo waar ik ga werken zal er aan tropische ziekten geen gebrek zijn. Daar kan ik mijn kennis vergroten met behulp van de expertise van de Ghanese artsen en een welkome, helpende hand toesteken in een gebied waar artsen schaars zijn.


Terug naar boven

DIT IS EVELINE

Ik ben vorig jaar afgestudeerd als cultureel antropologe. Mijn specialisatie is duurzame ontwikkeling en ontwikkelingsvraagstukken. Tijdens mijn studie werkte ik als vrijwillige campagnemedewerker voor diverse ontwikkelingsorganisaties in Nederland, zoals Pax Christi en het Burmacentrum Nederland. Daarnaast verdiende ik mijn geld als freelancer in de zorg. Na mijn verblijf in Ghana wil ik de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening gaan volgen om me uiteindelijk bezig te houden met interculturele gezondheidszorg.


In Agogo ga ik voor de ontwikkelingsorganisatie World Vision en het Presbyterian Hospital aan de slag. Zij werken samen op het gebied van HIV/AIDS bestrijding. Hun HIV/AIDS programma omvat onder andere het geven van voorlichting, het behandelen van patiënten en de gratis mogelijkheid voor mensen om zich te laten testen op deze ziekte. Daarnaast is er een maatschappelijk werkster voor de sociale en psychische ondersteuning van patiënten en hun familie. Ik zal haar gaan assisteren en daarnaast een bijdrage leveren aan de HIV/AIDS educatie die gegeven wordt op scholen, kerken en via de lokale radio.


Terug naar boven

PRESBYTERIAN HOSPITAL


Een van Ghana’s drie non-profit, presbyteriaanse ziekenhuizen is gelokaliseerd in Agogo. Het is het oudste missie hospitaal van het land, gesticht door Zwitserse en Duitse zendelingen in 1931. Voor die tijd was er nauwelijks gezondheidszorg in het district, wat met de stichting van het ziekenhuis verbeterde, maar helaas tot op heden niet toereikend is. In het tegenwoordige Ghana zijn er gemiddeld per 100.000 inwoners 15 artsen. Ter vergelijk: voor een zelfde groep zijn er in Nederland 315 artsen. In het district Agogo zitten ze zelfs nog onder het landelijk gemiddelde, onder andere vanwege de afgelegen ligging en beperkte middelen van de bewoners. De lokale patiëntenpopulatie bestaat uit zo’n 150.000 mensen. Daarnaast komen er ook mensen uit omliggende districten en zelfs uit de buurlanden (Togo, Ivoorkust, Burkina Faso), waardoor er zorg geleverd moet worden aan zo’n 200.000 mensen. Hiervoor zijn er tien artsen beschikbaar: acht Ghanezen en twee Duiters (een kinderarts en een legerarts). Van de autochtonen is de helft nog co-assistent en de overige vier zijn basisarts. De specialisten die voorheen in Agogo werkten zijn allen naar andere ziekenhuizen vertrokken. Zelfs de oogheelkundige expertise waar het ziekenhuis bekend om stond is verleden tijd; er is nog een oogarts, maar die doet enkel onderzoek en levert geen patiëntenzorg meer.

Ghana kent géén huisartsen systeem. Dit betekent dat iedereen rechtstreeks naar het ziekenhuis gaat. In de praktijk komen mensen meestal pas als hun ziekte in een ver gevorderd stadium is, onder andere vanwege de vaak grote afstand naar het ziekenhuis. Daarnaast is er ook weinig kennis over aandoeningen vanwege gebrekkige educatie. Vaak zijn mensen voordat ze bij een dokter terecht komen al geruime tijd “behandeld” door een lokale kruiden- of gebedsgenezer. Wanneer je in de landelijke gebieden reist zie je dan ook regelmatig borden langs de weg waarin deze genezers hun kunsten aanprijzen, zoals “One Touch Healer! Specialised in stroke and cardiac problems!” Hierdoor krijgen serieuze aandoeningen veel meer tijd om ernstige schade aan te richten.

Veruit de meest voorkomende ziekten in het district van Agogo zijn malaria, longontstekingen en andere infectieziekten. Daarnaast worden er veel problemen rond de bevalling gezien en wordt een grote groep kinderen met Buruli zweren behandeld in een vanuit Nederland opgezet onderzoek. Verder zijn er natuurlijk ook ziekten die regelmatig in Nederland voorkomen, zoals verhoogde bloeddruk, suikerziekte en botbreuken.
Aangezien er in Ghana een degelijke artsen opleiding is, zijn de artsen in Agogo over het algemeen kundig. Daarnaast zijn ze, juist omdat ze ervoor gekozen hebben in een zo’n afgelegen district te werken, erg begaan met de patiënten. In het ziekenhuis zijn er stage plekken voor studenten van de universiteit van Kumasi, zodat Agogo ook elk jaar bijdraagt aan het opleiden van nieuwe artsen.

Zie voor meer informatie over het ziekenhuis:
www.who.int/buruli/events/agogo_hospital/en/index.html
http://www.agogohospital.org/


Terug naar boven

WORLD VISION

De van oorsprong Amerikaanse, christelijke organisatie World Vision werd in 1953 opgericht en is inmiddels in bijna honderd landen actief. In Ghana bevindt het hoofdkantoor zich in Accra en zijn er meerdere lokale afdelingen in verschillende regio’s werkzaam.

In Agogo, waar World Vision nu vijf jaar actief is, ontmoette ik de lokale staf en sprak ik onder andere met directrice Mercy en haar assistent Florence. Met enthousiasme vertelden ze me over hun werkzaamheden op het gebied van de emancipatie van vrouwen, vernieuwende initiatieven in de landbouwsector en inkomsten genererende activiteiten. Daarnaast steunen ze kinderen zodat deze naar school kunnen gaan en is er een groot sanitair project uitgevoerd. In dit project werden in diverse dorpen 141 waterputten aangelegd en werd de mensen geleerd hoe ze de putten konden gebruiken, schoon houden en zelf repareren. Ze streven naar een holistische aanpak die ook effectief is op de lange termijn. Essentieel is daarbij dat projecten door de gemeenschap zelf gedragen en opgevolgd worden. World Vision werkt tevens samen met het Presbyterian Hospital in Agogo in de strijd tegen HIV/AIDS.

Voor meer informatie: http://www.worldvision.org/


Terug naar boven

HIV/AIDS IN GHANA

In Ghana is de AIDS epidemie (nog) niet zo heftig als in andere Afrikaanse landen. Momenteel is bijna drie procent van de bevolking besmet met HIV/AIDS. In Nederland is dat bijvoorbeeld 0,2 procent. Armoede werkt ziekte in de hand en andersom. Er komen in een rap tempo steeds meer besmettingen bij. Om dit tegen te gaan hebben het Presbyterian Hospital en World Vision in Agogo een veelzijdig HIV/AIDS programma ontwikkeld. Mensen kunnen naar de kliniek komen om zich te laten testen op een eventuele besmetting. Wanneer iemand besmet is, wordt er medicatie verstrekt. Zwangere vrouwen krijgen speciale medicijnen, waarmee besmetting van moeder naar kind verkomen kan worden.
Er heerst nog een groot taboe op de ziekte. Mensen vinden het moeilijk om erover te spreken en het komt soms voor dat een patiënt door de familie verstoten wordt. Psychische en sociale begeleiding is daarom erg belangrijk. Een maatschappelijk werkster houdt zich hier mee bezig. Daarnaast wordt er veel aandacht besteedt aan voorlichting over de ziekte. In heel Ghana zijn campagne borden langs de kant van de weg te zien die waarschuwen voor de gevaren van de ziekte en hoe je besmetting kan voorkomen. Voorlichting vindt plaats op scholen, bij kerken en via de lokale radio. De voorlichting wordt gegeven door vrijwilligers, gezondheidswerkers en HIV/AIDS patiënten zelf en er wordt samen gewerkt met de chiefs van de verschillende dorpen in de omgeving.

Goed voorgelicht zijn over HIV/AIDS betekent echter niet altijd dat mensen zich niet meer risicovol gedra-gen. Een mentaliteits– en gedragsverandering vereist tijd. Vrouwen zijn bijvoorbeeld economisch afhankelijk van hun man en durven niet over veilig vrijen te beginnen, uit angst om hun man kwijt te raken. Voorlichting is stap nummer een, maar armoedebestrijding in het algemeen is een zeer belangrijkere tweede stap.


Terug naar boven

AGOGO

Agogo, het stadje waar wij zullen gaan wonen, heeft ongeveer 28.000 inwoners. Het ligt in centraal Ghana, in het Asante Akim North district. Kumasi, de tweede stad van Ghana ligt er zo’n 250 kilometer vandaan en vormt het centrum van de economische activiteiten van de regio. De overgrote meerderheid van de inwoners van Agogo en het district leven van de landbouw en verbouwen cassave, plantaan (type banaan), mais, yam, rijst, tomaten en palmolie. De landbouw is kleinschalig en volgens traditionele methodes. De mensen hebben moeite om rond te komen en er heerst veel werkeloosheid. Ongeveer drie kwart van de bevolking is Christen, daarnaast is een minderheid moslim of praktiseert een traditionele religie.
Schoon drinkwater is voor velen niet binnen bereik. Veel mensen hebben geen eigen toilet en de publieke toiletten zijn zeer ontoereikend en in miserabele conditie. Afval puilt zich in de rurale gemeenschappen op en wordt niet verwerkt. “Roads, drains and streets in most settlements in the district are more incidental rather than by conscious design (Asante Akim North District Profile, p10). Wegen zijn voornamelijk ongeplaveid en vol kuilen en erg stoffig of modderig, afhankelijk van het seizoen. De gezondheidsvoorzieningen zijn zeer beperkt, zeker gezien het aantal inwoners.



Het klimaat in Agogo is voor een stel Hollanders goed te doen. De gemiddelde temperatuur is 26 graden en het is niet zo klam dat je na drie minuten lopen compleet nat bent van het zweet. Tijdens het regenseizoen, met zijn hoogtepunt van mei tot augustus, kun je echter in luttele seconden wél doorweekt raken.

Agogo heeft te weinig toeristische trekpleisters voor een vermelding in een reisgids, maar lijkt een fijne plek voor ons om ons thuis te maken. Er heerst een gemoedelijke sfeer en je krijgt het gebruikelijke ‘hi obruni!’ (hé blanke!) veel minder naar het hoofd geslingerd dan in de rest van Ghana. Vanuit het dorp heb je een prachtig uitzicht op de omliggende groene heuvels en bananenboom plantages. De enige uitgaansgelegenheid in het dorp draagt de dubieuze naam ‘Dollar Inn’. Het is geen hostel zoals de naam doet vermoeden, maar een bar-restaurant. Je kunt er in een oorverdovende mengeling van popmuziek en Afrikaanse tonen een bord fufu eten: twee meelballen drijvend in een vleessoep, geserveerd in een blauwe afwasteil. Ideaal dus voor twee vegetariërs.


Terug naar boven

GHANA

Ten westen van de ‘oksel van moeder Afrika’, aan de kust van de Golf van Guinea, ligt Ghana. Met zijn twintig miljoen inwoners en een oppervlakte waar Nederland met gemak zes keer in zou passen, behoort het tot een van de kleinere Afrikaanse landen. Het land werd eeuwen lang gekoloniseerd en uitgebuit door onder andere de Engelsen, Hollanders en Portugezen. Voor die tijd maakte het deel uit van een groot, Afrikaans imperium wiens macht en rijkdom gebaseerd waren op de handelsroutes tussen de landen ten noorden en zuiden van de Sahara. Met name producten als goud, ivoor, kola noten en zout werden op grote schaal verhandeld. De kolonisatoren gebruikten het land echter als centrum voor hun omvangrijke slavenhandel.


In 1957 wist Ghana zich als eerste Afrikaanse land los te maken van de Europese overheersing en werd het onafhankelijk. Onder Ghanees bestuur groeide het land uit tot een stabiele democratie. De officiële voertaal is nog steeds het Engels, maar hiernaast worden er verschillende Afrikaanse talen gesproken, zoals bijvoorbeeld het Twi (‘tchwie’). Naast hun ‘good governance’ staan de Ghanezen ook bekend om hun ‘good humour’. De Ghanese gastvrijheid, levenslust en liefde voor muziek zijn befaamd.


Ondanks de politiek stabiele situatie behoort Ghana tot een van de armere landen op de wereld. Volgens de Human Development Index van de Verenigde Naties, een graadmeter voor de ontwikkeling en welvaart in een land, staat Ghana op de 135e plaats (http://hdr.undp.org/en/statistics). Ter vergelijking: Nederland staat van alle 177 beoordeelde landen op nummer negen. Maar liefst 78 procent van de Ghanese bevolking moet van minder dan twee dollar per dag zien rond te komen.

In Ghana gaan armoede en gezondheid hand in hand, maar het zijn ongelukkige partners. Infectieziekten als HIV/AIDS, tuberculose en malaria komen veelvuldig voor.Zij veroorzaken een immens gezondheidsprobleem, dat door armoede wordt bevorderd en in stand gehouden. Door gebrekkige voeding, hygiëne, onderdak en onderwijs wordt de gezondheid immers negatief beïnvloed. Een vicieuze cirkel ontstaat omdat ziekte en sterfte leiden tot kosten voor medische zorg, onderwijsverzuim en inkomensverlies en zo weer tot verdere armoede. Een goed functionerende gezondheidszorg is dus van groot belang om deze vicieuze cirkel te doorbreken. Dit vergt grote inspanningen op allerlei niveaus. Internationaal gezien zijn bijvoorbeeld de Millenium Development Goals (MDGs) geformuleerd (http://www.un.org/millenniumgoals). Daarnaast is een duidelijk nationaal beleid van belang, alsmede de versterking van lokale gezondheidsvoorzieningen zoals in Agogo.



Terug naar boven

FRIKKE'S COLUMN I

Acrobatiek in Afrika

Het eerste wat me opviel toen ik in Agogo uit het gammele busje stapte, was dat ik níet door mijn benen zakte. Ondanks de alarmerende tintelingen de afgelopen uren kon ik mij dus toch nog verheugen over enige restfunctie. Zoiets kan je hele dag goed maken. Terwijl ik het bloed mijn spieren in masseerde probeerde ik de verrassende hoeken waarin ik mijn ledematen had gewrongen mentaal vast te leggen. Het Chinese staatscircus zou er in de toekomst immers nog zijn voordeel mee kunnen doen.
Het tweede wat me opviel was de temperatuur in dit heuvelachtige gebied. Terwijl de rest van het West-Afrikaanse Ghana kan genieten van een klimaat variërend van de broeierige warmte in het oosten tot de hete woestenijen van het noorden, is Agogo gezegend met een weldadige frisheid waar een douchegelproducent jaloers op zou worden. Vergelijk het met een warme zomerdag in Nederland.
Ondanks dit maakten onze Lonely Planet’s geen gewag van Agogo, een stil dorpje met zo’n 20.000 inwoners op twaalf uur reizen van de hoofdstad. Waarschijnlijk omdat er voor toeristen op zoek naar een pottenbakkersmarkt of adembenemende leeuwensafari weinig kans op bevrediging is. Voor een dokter en een ontwikkelingswerker daarentegen valt er genoeg te doen. Schuin tegenover eetcafé de Dollar Inn, de onontdekte parel van het Ghanese uitgaansleven, staat er namelijk een ziekenhuisje dat verantwoordelijk is voor de gezondheidszorg van de hele regio. Er werken zo’n tien dokters op een patiënten populatie van 200.000. De gewiekste rekenaars onder u zullen begrijpen dat dit neer komt op één dokter per 20.000 mensen. In Nederland ligt die verhouding nét iets anders; in Eindhoven bijvoorbeeld is er één arts voor elke 140 bewoners.

Gesterkt door deze gedachte gingen mijn vriendin en ik op zoek naar een hostel om een hoofdkwartier voor onze operatie in te richten. Van daaruit wilde ik op zoek gaan naar de general manager van het ziekenhuis om de mogelijkheden te bespreken om een jaar als vrijwilliger te komen werken. Uiteraard na een broodnodige douche en gehuld in passende kledij, aangezien ik over het algemeen wat serieuzer overkom zonder bestofte rugtas, met zweet doordrenkt Hawaï-shirt en slippertjes beplakt met schapenkak.
Het enige hostel bleek gelegen op het ziekenhuisterrein zelf en na wat kastjes en muren ontmoetten wij bij de administratie een hulpvaardig ogende man in groen schoonmakersoutfit.
‘Heeft u gereserveerd?’ vroeg hij ons in het Engels, met een prachtig Ghanees accent. Wat ongemakkelijk moesten wij ontkennend antwoorden.
‘Mag ik vragen wie u bent?’ Opgelucht noemde ik de reden van ons bezoek en mijn naam, duidelijk voorafgegaan door de dokterstitel, wat in grote delen van de wereld zorgt voor wat extra bereidwilligheid. Een overnachting in Agogo zonder slaapplek was een verontrustende gedachte.
‘Een ontmoeting met de general manager..’ herhaalde hij. ‘Ok.’ Hij beduidde ons hem te volgen en gedrieën sloften we naar een belendend kantoortje, schijnbaar voor het laatst geschilderd in de koloniale tijd.
Het bord boven de deur met ‘GM’ maakte me onaangenaam bewust van mijn verschijning. Vlug checkte ik de omvang van de zweetplekken rond mijn oksels. Het leek alsof er in een onbewaakt ogenblik een nijlpaard met natte billen op me was gaan zitten. Tot mijn grote opluchting was er echter binnen niemand aanwezig. Voorzichtig liet ik mijn adem ontsnappen. Onze schoonmaker keek even rond vanaf de drempel en slofte op zijn slippertjes de kamer in. Hij liep om de met paperassen bedekte schrijftafel heen en plofte, tot mijn verbazing, in de luxueuze bureaustoel. ‘Die heeft lef!’ dacht ik.
Enige seconden verstreken waarin hij ons afwachtend bleef aankijken. De ventilator bromde traag zijn rondjes. Ik keek niet-begrijpend, doch geduldig een tijdje terug. Tot ik plots het bloed naar mijn hoofd voelde stijgen en mijn tong alarmerend begon te tintelen. En ik móest hem nog in verrassende hoeken gaan wringen.



Terug naar boven

SPONSORS

Wij willen iedereen die ons gesteund heeft of nog gaat steunen ontzettend bedanken voor de hulp, zowel voor alle kleine als grote donaties. Dankzij vrienden, familie, particulieren en bedrijven kunnen wij dit avontuur aangaan en een groep Ghanezen een helpende hand toesteken. DANK!!

Bijzondere dank zijn wij verschuldigd aan:
- Pluspunt Individu
- Aad & Gemma Bontje / http://www.elbon.nl/
- Frits & Mieke van Eck
- Tine Duijf & Linda + SEH van het Flevoziekenhuis
- Annerieke Heuvelink
- Rotaryclub de Bilt-Bilthoven / http://www.rotarydbb.nl/
- Gert Franke / http://www.ludesign.nl/
- Sander Bontje / http://www.phrog.nl/
- Familie Verdam
- Els en Theo Ockhuijzen
- Ko Grooteman
- Serrie Kamerling
- Niko Persoon
- Arnold Nieuwpoort + personeel van Rabo Rijnstreek
- Ed & Lenie Weers / http://www.delotusvancairo.nl/
- Joris van Driel + kinderartsen Flevoziekenhuis
- Frans Nijpels
- Repro centre de Bilt / http://www.reprodebilt.nl/
- De specialisten van het Flevoziekenhuis
- Apotheek Eerste van Swindenstraat /
http://www.vanswindenapotheek.nl/
- Lowie Kopie / http://www.lowiekopie.nl/
- Jan Boomsma
- Theo en Els Okhuijsen
- Robertino, Amsterdam
- Maame Ceci Textiel, Javastraat Amsterdam
- Basnoe Travel, 1e van Swindenstraat Amsterdam
- Seceroglu Market, 1e van Swindenstr Amsterdam
- Mesi Wo Hemaa Foods, Dapperplein Amsterdam
- Gusto Giusto de Bilt / http://www.gustogiusto.nl/
- Hessen Apotheek, De Bilt
- Stichting AfriCulture / http://www.africulture.net/











Financiele bijdragen kunt u storten op banknummer 52.32.59.123, tnv F. van Eck te Amsterdam, ovv sponsoring Ghana + eventueel uw bedrijfsnaam.



Terug naar boven